zaterdag 7 november 2015

Doelen wero - aflevering 1

Ik had er al heel lang plannen mee, maar tot nu toe nam ik geen tijd om de doelen van wero eens op een rijtje te zetten. Aangezien ik dat wel eerst moet doen voor ik aan de slag ga met mijn thema's in Mundo, maakte ik de voorbije vakantie wel een moment vrij.

Het leerplan wero is behoorlijk lijvig, maar ik kan het wel behoorlijk kort houden voor het eerste en tweede leerjaar. Het is de bedoeling om alles de komende week/weken op een rij te zetten en vandaag begin ik met de doelen die in de eerste graad verworven moeten worden. De kinderen moeten ze op een elementair niveau beheersen.


OVERKOEPELENDE DOELSTELLINGEN
Basisvaardigheden
0.9   Kinderen kunnen nauwkeurig waarnemen met al hun zintuigen.
Dat houdt in dat ze:
-          luisteren, zien, voelen, proeven, ruiken

MENS EN LEVENSONDERHOUD
Verhandelen en consumeren
1.13  Geld functioneel kunnen gebruiken in praktische toepassingssituaties

MENS EN TIJD
Tijdbeleving
8.4 Kinderen beleven bewust het ritmisch karakter van de tijd en kunnen dit illustreren
-          stilstaan bij en genieten van:
·         de wisseling van dag en nacht
·         de afwisseling tussen schooltijd en vrije tijd

Dagelijkse tijd
8.5 Kinderen ervaren en uiten dat hun leven een opeenvolging van gebeurtenissen is
Dat houdt in dat ze:
-          basisbegrippen en courante aanduidingen in verband met de dagelijkse tijd in hun juiste betekenis gebruiken. Begrippen als:
·         vroeger, later, nu, ochtend, voormiddag, middag, namiddag, avond, nacht, de namen van de weekdagen, eergisteren, overmorgen
·         nog vroeger, nog later, eerst, dan, daarna, laatst

8.7 Kinderen kunnen een planning maken in de tijd en er zich aan houden.
Dat houdt in dat ze:
-          een welomschreven opdracht in een kleine groep kunnen uitvoeren volgens de vooropgestelde taakverdeling en tijdsplanning

In de tijd ordenen/meten
8.10 Kinderen kunnen in de tijd ordenen en zowel hun eigen als de Europese geschiedenis in perioden indelen.
Dat houdt in dat ze:
-          belangrijke gebeurtenissen of ervaringen uit het eigen leven chronologisch kunnen ordenen en indelen in perioden

MENS EN RUIMTE
Ruimtelijke inrichting
9.5 Kinderen kunnen een ruimte aangenaam en functioneel helpen inrichten
Dat houdt in dat ze:
-          suggesties kunnen geven om een ruimte in te richten, bv. de eigen kamer, het klaslokaal, de woning, de school (speelplaats), de woonomgeving (straat, wijk, gehucht,…)

Kaartvaardigheid
9.9 Kinderen kunnen gebruik maken van diverse voorstellingen van de ruimte.
Dat houdt in dat ze:
-          afdrukken en voorstellingen van vertrouwde plaatsen en voorwerpen kunnen terugvinden,
·         in een zandtafel

9.10 Kinderen kunnen plaatsen en gebeurtenissen waar ze kennis mee maken vlot op een passende kaart of plattegrond terugvinden.
Dat houdt in dat ze een voorstelling in hun hoofd hebben van een aantal plattegronden en kaarten zodat ze:
-          in een praktische toepassingssituatie op een plattegrond van de school vlot de eigen klas en enkele andere belangrijke plaatsen kunnen situeren

Mobiliteit
9.15 Kinderen zien in dat menselijk verkeer altijd risico’s inhoudt.
Dat houdt in dat ze:

-          weten dat opvallende kleding in het verkeer kan bijdragen tot eigen veiligheid


Wil je deze doelen gewoon downloaden en op je pc opslaan. Dan vind je ze achter deze link.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen