zondag 5 oktober 2014

Aanvullen tot 10

In het begin van het tweede leerjaar wordt de leerstof van het eerste nog eens herhaald. Zo ook de oefeningen met de brug tot 20. Kinderen bij ons zijn het gewoon om op een welbepaalde manier aan de slag te gaan.

Voorbeeld: 4 + 9 = ( ... + ... ) + ... = ...

De kinderen nemen het eerste getal volledig en splitsen het tweede getal. Eerst moeten ze dus 10 maken. Dat wil zeggen dat 9 in 6 en 3 wordt gesplitst. Op die manier komen ze tot de volgende oplossing: 4 + 9 = (4 + 6) + 3 = 13.

Om dit te kunnen moeten de kinderen uiteraard goed de splitsingen van 10 kennen zodat ze weten hoeveel er precies van het tweede getal bij het eerste gevoegd moet worden. Sommige leerlingen hebben daar nog wat last mee waardoor ik opnieuw op zoek ben gegaan naar een hulpmiddel.

Aangezien wij met staafjes (tientallen) en losse (eenheden) werken als extra materiaal, maakte ik een kaartje met tien hokjes. Zo kunnen de kinderen altijd het eerste getal op het hulpmiddel leggen en zien ze onmiddellijk hoeveel blokjes er nog bij moeten om tien te maken.



Ik zal dit kaartje op de bank bevestigen en het is dan uiteraard de bedoeling dat het na verloop van tijd opnieuw verwijderd kan worden.

Wil je dit kaartje ook graag gebruiken? Klik dan hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen